Opgenomen in mijn lepelverzameling zit bij
“personen” een prachtig afgewerkte lepel die niet met een nep munt is beplakt
maar echt is gegraveerd en versierd met een kroontje, met daarop de beeltenis
van Claus en Beatrix. Daar direct onder, een strikje met hun namen en in de lus
van de strik staat 10 maart 1966. In de steel aan de voorkant is
gegraveerd: “’t hart zij tolk voor oranje en volk”. In de achterkant
staat in de munt: “Nieuwpoort 90”.
Nieuwpoort 90? Wordt hier de stad Nieuwpoort
bedoeld? In België bestaat ook een kustplaats met die naam en is daar bekend om
de slag bij Nieuwpoort rond 1600. In Nederland is Nieuwpoort een vestingstadje
aan de Lek uit de dertiende eeuw, dat zou zijn opgenomen in de sinds 2013 nieuwe gemeente Molenwaard. Molenwaard bestaat uit de gemeentes Nieuw-Lekkerland, Liesveld en Graafstroom. Nieuwpoort staat daar niet bij! Nieuwpoort is ook een buurtschap in Alkmaar. Ik googelde “Nieuwpoort
90” en vond een interessante website van de Vereniging Historische Kring
Nieuwpoort. Maar het Historisch Museum Het Stadhuis bleek niet geïnteresseerd
in mijn lepeltjes, getuige het openingsbericht op de website waarvan ik een
gedeelte hieronder heb overgenomen.
“
04 juli - Nieuwpoort zilver,
Pieter Baardwijk en zonen.
|
In
de maanden september en oktober houdt de Historische Kring Nieuwpoort
een expositie met deze naam in Historisch Museum Het Stadhuis.
Op
de tentoonstelling toont de vereniging niet alleen door Pieter Baardwijk
vervaardigde zilveren voorwerpen uit de periode 1920-1942, maar ook zilveren
en verzilverde voorwerpen die door de Gebr. Baardwijk zijn gemaakt in de
Zilverfabriek Nieuwpoort tussen 1942 en 1957.
Ook
zullen voorwerpen te zien zijn die in de latere jaren zijn gemaakt in de
Zilver- en Staalwarenfabriek.
Er
is een inventarisatie gemaakt van de beschikbare objecten. Daaruit blijkt dat
we van sommige voorwerpen nog zaken missen. Natuurlijk niet de lepeltjes,
suikerschepjes e.d. waaraan bijna iedereen in Nieuwpoort wel heeft mee
gepoetst.
|
”
Ondanks dat onderhavig lepeltje dateert uit
1966, dus na de gevraagde periode, voelde ik me door die tekst over lepeltjes
behoorlijk in de kou gezet en besloot dat de organisatie van de tentoonstelling
te vertellen. Dan moest ik ze ook vertellen dat ik mijn lepeltjes nog nooit had
gepoetst en dat dat ook niet nodig was, wanneer ze die beter zouden opslaan,
zoals ik dat deed. Verder lezend over Nieuwpoort nam ik me voor om het perfect
gerestaureerde vestingstadje hetzelfde jaar nog te bezoeken. Er op een terrasje
koffie te drinken en er, zoals de site beloofde, gezeten op een bankje aan de
Lek, over het water kijken. Ik zou natuurlijk de tentoonstelling bezoeken,
alleen al om alle lepeltjes te zien die daar natuurlijk waren en de overige
zilveren kostbaarheden die tijdelijk waren ondergebracht in het Historisch
Museum, het voormalige stadhuis. Ik was benieuwd naar “Het Arsenaal”, een van
de fraaiste gebouwen uit de stad.
Enkele maanden later was ik daar. Samen met mijn dochter en kleindochter bezochten we niet alleen de tentoonstelling waar veel meer te zien was dan lepeltjes, maar we dronken ook inderdaad koffie aan de Lek en we genoten van de gebouwen en gebouwtjes in de nauwe straatjes overal. De zon scheen. Ik had alweer een mooi stukje Nederland ontdekt dat voor mij totaal onbekend was.