woensdag 20 juni 2018

NIEUWPOORT


Opgenomen in mijn lepelverzameling zit bij “personen” een prachtig afgewerkte lepel die niet met een nep munt is beplakt maar echt is gegraveerd en versierd met een kroontje, met daarop de beeltenis van Claus en Beatrix. Daar direct onder, een strikje met hun namen en in de lus van de strik staat 10 maart 1966. In de steel aan de voorkant is gegraveerd:  “’t hart zij tolk voor oranje en volk”. In de achterkant staat in de munt: “Nieuwpoort 90”. 
Nieuwpoort 90? Wordt hier de stad Nieuwpoort bedoeld? In België bestaat ook een kustplaats met die naam en is daar bekend om de slag bij Nieuwpoort rond 1600. In Nederland is Nieuwpoort een vestingstadje aan de Lek uit de dertiende eeuw, dat zou zijn opgenomen in de sinds 2013 nieuwe gemeente Molenwaard. Molenwaard bestaat uit de gemeentes Nieuw-Lekkerland, Liesveld en Graafstroom. Nieuwpoort staat daar niet bij! Nieuwpoort is ook een buurtschap in Alkmaar. Ik googelde “Nieuwpoort 90” en vond een interessante website van de Vereniging Historische Kring Nieuwpoort. Maar het Historisch Museum Het Stadhuis bleek niet geïnteresseerd in mijn lepeltjes, getuige het openingsbericht op de website waarvan ik een gedeelte hieronder heb overgenomen.

04 juli - Nieuwpoort zilver, Pieter Baardwijk en zonen.
In de maanden september en oktober houdt de Historische Kring Nieuwpoort een expositie met deze naam in Historisch Museum Het Stadhuis.

Op de tentoonstelling toont de vereniging niet alleen door Pieter Baardwijk vervaardigde zilveren voorwerpen uit de periode 1920-1942, maar ook zilveren en verzilverde voorwerpen die door de Gebr. Baardwijk zijn gemaakt in de Zilverfabriek Nieuwpoort tussen 1942 en 1957. 
Ook zullen voorwerpen te zien zijn die in de latere jaren zijn gemaakt in de Zilver- en Staalwarenfabriek.

Er is een inventarisatie gemaakt van de beschikbare objecten. Daaruit blijkt dat we van sommige voorwerpen nog zaken missen. Natuurlijk niet de lepeltjes, suikerschepjes e.d. waaraan bijna iedereen in Nieuwpoort wel heeft mee gepoetst.
Ondanks dat onderhavig lepeltje dateert uit 1966, dus na de gevraagde periode, voelde ik me door die tekst over lepeltjes behoorlijk in de kou gezet en besloot dat de organisatie van de tentoonstelling te vertellen. Dan moest ik ze ook vertellen dat ik mijn lepeltjes nog nooit had gepoetst en dat dat ook niet nodig was, wanneer ze die beter zouden opslaan, zoals ik dat deed. Verder lezend over Nieuwpoort nam ik me voor om het perfect gerestaureerde vestingstadje hetzelfde jaar nog te bezoeken. Er op een terrasje koffie te drinken en er, zoals de site beloofde, gezeten op een bankje aan de Lek, over het water kijken. Ik zou natuurlijk de tentoonstelling bezoeken, alleen al om alle lepeltjes te zien die daar natuurlijk waren en de overige zilveren kostbaarheden die tijdelijk waren ondergebracht in het Historisch Museum, het voormalige stadhuis. Ik was benieuwd naar “Het Arsenaal”, een van de fraaiste gebouwen uit de stad.

Enkele maanden later was ik daar. Samen met mijn dochter en kleindochter bezochten we niet alleen de tentoonstelling waar veel meer te zien was dan lepeltjes, maar we dronken ook inderdaad koffie aan de Lek en we genoten van de gebouwen en gebouwtjes in de nauwe straatjes overal. De zon scheen. Ik had alweer een mooi stukje Nederland ontdekt dat voor mij totaal onbekend was.


In het jaar dat prinses Beatrix met prins Claus trouwde was ik net vijftien geworden en zie hun huwelijk op tv alleen terug met rookbommen omgeven, omdat de media vrijwel alleen dat nog over dit huwelijk uitzendt. In mijn herinneringen echter was het een sprookjeshuwelijk. De schoonheid van de bruid en de ernst van beiden. Een gelukkig huwelijk had deze prinses met de prins van haar dromen. Als ik de lepel in mijn handen heb keer ik terug naar mijn jeugd, naar mijn muziek, mijn vriendjes, school en uitgaan. Mijn wereld waarin ik jong was, geen mobieltje had, en geen internet, maar lp’s, en een telefoon in de gang, door pa bewaakt. Mijn eerste baantje, mijn eerste vriendje, door pa bewaakt.

NEHALENNIA

In de 17e eeuw werd in de monding van de Schelde een steen gevonden die ter ere van godin Nehalennia was gegraveerd. Waarschijnlijk als dank voor het behoud van terugkerende schippers.
De steen komt uit de 2e of 3e eeuw na Christus. Er zijn niet alleen dit soort stenen gevonden, maar ook stenen altaren en zelfs resten van tempels uit dit gebied, die te zien zijn in het Rijksmuseum van Oudheden. Nehalennia werd vaak zittend afgebeeld met een hond naast zich. De in Hulst in 1940 geboren kunstenaar Guido Metsers maakte in 1989 een levensgroot bronzen beeld van deze oude Keltische godin. Of was het een Germaanse godin? Dit beeld is te zien op de boulevard van Schagen in Domburg. Er werd ook in de oude tijd al veel handel gedreven door en met Duitsland ofwel de Germanen.

Misschien heeft het voortdurend aanroepen van deze godin zeventien eeuwen later in 1989, geresulteerd in de wereldberoemde Oosterscheldekering. Deze negen kilometer lange dam maakte van de eilanden Schouwen-Duivenland en Noord-Beveland, vaste land. Of toch niet? Want in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw werden er drie eilanden bijgelegd, de zogenaamde "werkeilanden". Het is niet vreemd dat een voormalige zandplaat het werkeiland werd voor deze werken. Die oude zandplaat droeg al sinds oude tijden haar naam: Nehalennia, of Neeltje Jans.


Met enkele Franse vrienden hebben we dat museumachtig werkeiland bezocht. Niet alleen zij waren onder de indruk van de Deltawerken en zoals het een Nederlander betaamt was ik maar al te gretig om hen alles te vertellen wat hierover in het museum voorhanden is. Ook Jos en ik zagen de grootsheid in van deze werken. Met dit grootse werk werd ook het milieu gespaard, doordat over een aantal kilometers schuiven ! werden geplaatst die normaal open staan, zodat het gewone zeewater en de getijden hun gang kunnen gaan in het anders dode water. Hoe anders beleef je deze waterwerken in het echt, dan wanneer je er plaatjes, maquettes of documentaires over ziet. Enorm, enorm.

Het leverde mij een mooie lepel op met de afbeelding van de Oosterscheldekering daarop en daarbij bedenk ik dat misschien toch de goden stapje-voor-stapje wetenschap en inzicht geven aan ons, mensen, voor het vele dat in de loop der eeuwen tot stand is gekomen. We hebben nog vele duizenden jaren nodig om land te maken en water te bedwingen. En wellicht dat dan Nederland alsnog onder water zal verdwijnen, maar dat is misschien de goden verzoeken.

MEDEMBLIK

Medemblik, staat er op het lepeltje dat ik - nog in het doosje - in de kast leg. Lepeltje zevenhonderd zoveel. Op de geplakte afbeelding staat kasteel Radboud. Het kasteel hebben we na een lange wandeling van dichtbij aan de buitenkant gezien. Daarvoor liepen we om de haven heen en moesten we dezelfde weg teruglopen. De ingangspoort was dicht toen wij er waren, maar terug aan de overkant van het water zagen we mensen over het gazon lopen aan de binnenzijde van de poort. Het kasteel zag er heel toegankelijk uit. Niet zo groot en imposant als veel andere kastelen. Later zagen wij op internet dat dit een zogenaamd “dwangkasteel” was die vaak in de middeleeuwen werden gebouwd om dwangmaatregelen te treffen tegen de eigen bevolking, met name daar dus om de West-Friezen in toom te houden. Wij hadden nog niet eerder van dwangburchten gehoord. Een aantal ervan heeft de tand des tijds goed doorstaan, zoals die burcht in Medemblik en toen ik op internet andere burchten bekeek vond ik ze inderdaad op grote gevangenissen lijken. Het zijn vestingwerken, net als de citadels, die wij eens bezochten op Corsica en in Luik.

Terugkijkend naar de foto’s van dit uitstapje vond ik een foto met daarop een gevelbord waarop vier kinderen in klederdracht staan afgebeeld. Zonder uitleg moest ik dit nazoeken en het bleek om vier weeskinderen te gaan, afgebeeld op het prachtige  poortgebouw uit 1785, dat naast een voormalig weeshuis staat. Dat gebouw is daarna nog als bejaardenhuis gebruikt, maar gelukkig niet voor die voormalige wezen want die waren toen al zo’n honderd jaar eerder overleden.

Een levensgroot bronzen beeld van twee figuren beeldt “de beste stuurlui” uit. Jos zette zich ertussenin in met een lichtblauw shirtje aan en ik maakte lachend de veelzeggende foto. Het beeld is van Jan J. van Velzen die het in 1989 vervaardigde. Van Velzen, geboren in 1931 in Medemblik, maakte in de tachtiger en negentiger jaren van de vorige eeuw meerdere levensgrote bronzen beelden. Eerder maakten we kennis met een andere kunstenaar die werd geboren in Medemblik en dat was schilder Rotius, die leefde van 1624 tot 1666. In het Rijksmuseum hangen slechts enkele doeken van deze schilder, maar in Hoorn is hij de grote meester van het West-Fries museum. Wij kochten een overzichtsboek van deze schilder toen we in Hoorn verbleven op het moment dat daar een indrukwekkende overzichtstentoonstelling van deze schilder te zien was. Hij was een leeftijdgenoot van Rembrandt en wordt ook wel de Rembrandt van Hoorn genoemd.

                                                                  "De beste stuurlui"

Wat we beter niet hadden kunnen meemaken in Medemblik is de lunch die ons werd geweigerd. Lopende in het mooie stadscentrum gingen we op het eerste de beste terras zitten “Rumours” geheten en bestelden een uitsmijter voor Jos en een maaltijdsalade voor mij. De juffrouw die ons hielp vertelde dat het misschien niet mogelijk was dus deed ze navraag bij de kok. Even later vertelde ze dat we er niet konden eten in verband met de trein die eraan kwam. Wij waren zeer verbaasd, want wat was er met die trein en welke trein? Eigenlijk konden we er ook niks drinken en toen ik vroeg of we dan maar beter konden opstappen, zei ze “ja”. We verlieten heel verbaasd het terras, waar meerdere gasten zaten en die nuttigden er wel iets. Nadenkend waarop wij werden gediscrimineerd liepen we verder te mopperen, wat de mensen bij het volgend terras natuurlijk konden horen. Zij nodigden ons uit om bij hun te eten en dus bestelden we hetzelfde. De trein bleek een toeristisch stoomdingetje aan wie die eettent een speciaal tarief had beloofd, erop hopende dat alle treinreizigers daar als gasten zouden eten. Toen we goed en wel lekker zaten te eten op het volgende terras zagen we de “treinreizigers” het stadje inlopen, die het gedurfd hadden die tent voorbij te lopen en zelf iets te zoeken. We zagen dat het terras bij lange niet vol zat en dat deed ons genoegen. Zo’n slecht zakenbeleid hadden we niet eerder meegemaakt. Een hele tijd erna, toen we weer thuis, 1200 kilometer verderop waren, schreef ik alsnog een recensie en haalde aldus mijn gram, omdat ik dat deelde op Facebook en op Google.


Voor een bezoek aan welke gemeente dan ook moeten we eigenlijk de tekst die Wikipedia of de Gemeente aanbiedt aan informatie meebrengen. Helaas bezoeken wij al deze stadjes spontaan en gaan af op louter de gezelligheid. Die gezelligheid vonden we zeker in Medemblik. Het ligt er prachtig bij aan het water. Overal is water, er is een molen, een haventje met mooie zeilboten, die geen van allen waren opgetuigd, er waren mooie winkelstraatjes, met een goed aanbod van winkels, scheef gezakte oude huisjes, trapgeveltjes. Het is een sfeervol plaatsje en “oude grond” zoals ik dat noem, waarmee ik uitdruk dat al in oude tijden de mensen er gelukkig waren, al dan niet vanwege de dwangburcht die dreigend aanwezig was. Het is een informatief bezoek geworden.


Feestje vanmiddag

Trouwens ik maak er gewoon een feestje van en open een fles rosé die ik - niet gekoeld hoor ik Jelmer in gedachten zeggen - ruim in een glas...